Visbak met een luchtje
Ewald Sieben vertelt in dit humoristische en zelfrelativerende verhaal over zijn jeugd in het Roosendaal van de jaren vijftig en zestig. Zijn grote liefde voor vissen en vijvers brengt hem als jongen...
Verhaal van Monique van Meerendonk
Ze trouwde jong, op haar 24ste, midden in de woningnood. Samen met haar man betrok ze een kamer van drie bij drie meter bij haar schoonvader. Geen luxe, nauwelijks privacy, maar wel een begin. “We hadden niets,” zegt ze, “maar we waren gelukkig.”
Haar man kwam uit een arbeidersgezin, maar bleek uitzonderlijk begaafd. Dankzij een oplettend schoolhoofd mocht hij doorleren. Naast zijn werk studeerde hij verder en werd uiteindelijk registeraccountant. Zijn ambitie en doorzettingsvermogen bepaalden hun toekomst – een toekomst die zich grotendeels buiten Nederland zou afspelen.
Hun eerste grote avontuur begon op Curaçao. Met een baby van negen maanden vertrokken ze per boot. Vijf jaar bleven ze. Daar werd hun tweede dochter geboren. Het was hun eerste kennismaking met een internationaal bestaan: andere gewoonten, andere ritmes, een nieuw sociaal leven.
Na terugkeer in Nederland kwamen ze in Roosendaal terecht en kochten er een huis. Het voelde als een vaste basis. Maar nog voordat ze echt wortel konden schieten, volgde een nieuwe uitzending – naar Argentinië.
In Argentinië woonden ze vier jaar. De kinderen leerden Spaans en gingen naar lokale scholen. Het land was prachtig, de mensen warm, maar er heerste ook politieke onrust. Ontvoeringen waren geen uitzondering. Ze leerden alert te zijn. Toch overheerst in haar herinnering de rijkdom van het leven daar: hechte vriendschappen, gezamenlijke weekenden rond een zwembad of barbecue, een sterk gevoel van gemeenschap.
Steeds herhaalde zich hetzelfde patroon: vertrekken, aanpassen, een nieuw bestaan opbouwen – en uiteindelijk terugkeren naar Nederland. Terug naar Roosendaal.
Ook de Verenigde Staten maakten lange tijd deel uit van hun leven. In totaal woonde ze er zo’n vijftien jaar, onder meer in de omgeving van New York. Heimwee kende ze zeker, maar ze groeide er ook. In Amerika volgde ze een opleiding tot keramist. Wat begon als een hobby, groeide uit tot een ware passie. Ze richtte eigen ateliers in, gaf les en verkocht haar werk. Creativiteit werd haar anker, ongeacht waar ter wereld ze zich bevond. Naast dit alles hield ze zich ook bezig met schilderen en edelsmeden.
Daarna volgden Colombia, opnieuw Amerika, opnieuw terug. Ze leefde in internationale kringen, maakte onrust en dreiging mee en moest soms zelfs vertrekken vanwege geweld. Maar aanpassen kon ze. Talen leerde ze snel, contacten legde ze gemakkelijk. “In het buitenland is iedereen nieuw,” zegt ze. “Dat maakt het makkelijker om verbinding te maken.”
En telkens dook Roosendaal weer op als vaste waarde.
Drie keer keerden ze er terug. Hoe ver ze ook reisden, hoe lang ze ook wegbleven – Roosendaal bleef hun punt op de kaart. Daar lagen de wortels van hun dochters. Daar woonden bekenden. Daar wachtten herinneringen.
Haar man werkte uiteindelijk voor internationale organisaties, onder meer op het gebied van ontwikkelingsprojecten en corruptiebestrijding. Hij reisde veel, schreef boeken en gaf lezingen. Samen bouwden ze een leven op dat groter was dan één land.
Op zijn tachtigste verjaardag zei hij: “Ik ben de gelukkigste man van de wereld. Alles wat ik nu krijg, is bonus.” Drie maanden later overleed hij onverwacht aan een hersenbloeding.
Na zestig jaar samen stond ze alleen.
Ze verkocht haar huis in België. Haar atelier, ovens en materialen gingen weg. Ze wilde niet blijven in het verleden. Ze wilde terug. Terug naar Nederland. Terug naar Roosendaal.
Daar vond ze opnieuw een woning. De overgang was niet eenvoudig. Na decennia internationaal leven voelde Nederland soms vreemder dan het buitenland. “Ik kreeg een cultuurschok,” zegt ze. “In het buitenland zijn mensen opener. Hier moet je opnieuw zoeken.”
Langzaam vond ze haar ritme. Ze sloot zich aan bij een schildersgroep, volgt edelsmeden en blijft creatief actief. Haar gezondheid stelt soms grenzen, haar ogen werken niet altijd mee, maar haar nieuwsgierigheid is er nog steeds.
Ze heeft India en Japan gezien. Zuid- en Noord-Amerika doorkruist. Onder tropische zon en onder hoge wolkenkrabbers geleefd. In meerdere talen gedacht en gewerkt.
Maar uiteindelijk is het Roosendaal waar alles samenkomt. Waar haar dochters hun basis hebben. Waar haar gezamenlijke geschiedenis ligt. Waar ze haar man in verschillende fases van hun leven heeft gekend. Waar ze, na alle omzwervingen, opnieuw haar eigen plek heeft ingericht.
“Je moet dóór,” zegt ze. “Hoe dan ook.”
Ze heeft de wereld gezien.
Maar thuiskomen – dat doe je in Roosendaal.
Meer verhalen lezen? Klik hier!
Samen beleven we meer
Reacties op dit verhaal