‘We moesten alles achterlaten’

Het verhaal

Als de Indonesische leiders Soekarno en Hatta na de capitulatie van de Japanners, op 17 augustus 1945 de Republik Indonesia uitroepen, weigert Nederland de onafhankelijkheid te erkennen. In Indonesië zijn dan nog steeds zo’n 120.000 militairen in Nederlandse dienst gestationeerd, onder wie 45.000 KNIL-manschappen (Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger). Ook worden militairen vanuit Nederland gestuurd.

Interview met Julien Jacobis op 23 november 2025. Door Jeannine Hermans

Na twee jaar van extreem bloedige gevechten legt Nederland zich onder internationale druk dan toch neer bij de onafhankelijkheid van de voormalige kolonie. De militairen, onder wie ook veel Indonesische en Molukse mensen, worden met hun gezinnen naar Nederland gestuurd. De officiële erkenning door Nederland laat nog lang op zich laten wachten. Koning Willem-Alexander biedt zijn excuses voor de ‘geweldsontsporingen’ van de Nederlandse troepen, aan tijdens een staatsbezoek aan Indonesië in 2020 en premier Rutte doet dat in 2022.
Julien (spreek uit als: juu-lien) Jacobis en haar familie wonen dan al sinds 1950 in Nederland.

Op Sumatra geboren

Julien wordt op 11 mei 1936 op Sumatra geboren als oudste kind van Hendrik Jacobis en Constance Lassoet. Later volgen nog twee kinderen; eenmaal in Nederland komen er nog zes kinderen bij. ‘Mijn vader was militair bij het Regiment Speciale Troepen en dat betekende dat we vanwege zijn steeds andere standplaatsen, vaak moesten verhuizen.’ Ze verhuisden van Sumatra naar Java en kwamen daar uiteindelijk in Bandung terecht. ‘We hadden een mooi huis. Maar toen moesten we onverwacht weg. We moesten alles achterlaten, we hadden helemaal niets meer. Het enige wat onze ouders zeiden, was dat we naar Nederland gingen, met een boot. Omdat mijn ouders drie kinderen hadden, kregen we een hut. Dat was nog een geluk, want daardoor hadden we wat meer privacy.’”

Kamp Prinsenbosch

Bij aankomst in Nederland, in maart 1950, werd het gezin Jacobis naar kamp Prinsenbosch gebracht, bij Gilze. ‘Dat was een soort van Duitse kazerne geweest. Daar kregen we een barak toegewezen.’ Julien was inmiddels veertien jaar. ‘We gingen op de fiets naar school in Chaam, behalve als het glad was. Dan gingen we te voet”, herinnert ze zich. Ze begint te lachen. ‘Er was een jongen die onze barak schoonmaakte. Later bleek dat hij een broer was van mijn latere man. Ik heb mijn schoonbroer dus veel eerder leren kennen dan Jozef. Die zag ik pas in Roosendaal.’

Eerste gezin in Roosendaal

Na enige tijd mocht het gezin naar Roosendaal verhuizen, naar de Galvanistraat. Daar werd onder andere broer Leo geboren. Volgens hem was het gezin Jacobis de eerste Indonesische
familie in Roosendaal. Vader Hendrik kwam bij de commando’s terecht, aldus Leo. ‘Hij werd in 1953 uitgezonden naar Korea en begin jaren zestig ook naar Suriname. Hij bereikte uiteindelijk de rang van sergeant-majoor.’ Vanwege zijn dubbele jaren (‘tropenjaren’) mocht hij op zijn vijftigste met pensioen. Daar heeft hij helaas niet lang van kunnen genieten. ‘Hij was net in de vijftig toen hij overleed.’

Vakantie in Indonesië

Julien, met Jozef getrouwd in 1964, weet dat nog heel goed. ’Een week later werd op het tijdstip dat mijn vader stierf, onze tweede dochter geboren. En elke nacht zag ik hem, dan kwam
hij kijken naar zijn kleindochter in haar wieg. Nu heb ik dat niet meer zo vaak. Maar op zijn verjaardag, ja, dan ruik ik nog zijn parfum.’

Uiteindelijk kregen ze drie kinderen, twee kleinkinderen en twee achterkleinkinderen. ‘Jazeker, we zijn nog naar Indonesië geweest, in de jaren zeventig op vakantie naar Java en Bali.
Sommige plaatsen herkende ik nog wel. Maar thuis, nee, daar werd eigenlijk nooit over die tijd gepraat dat we weg moesten. Maar we draaiden wel Indonesische muziek, we kookten Indisch
en we gingen naar de pasar malam (Indonesische markt).’ Nu wonen Julien en Jozef in het Alfrinkhof, nog steeds in Roosendaal. Nee, koken doet ze niet veel meer. ‘Dat doen de kinderen,
die verwennen ons zó veel. Wij worden verwend.’

Bronnen: Nationaal Archief, Oorlogsbronnen.nl en NOS

In 2027 is in het dan volledig gerenoveerde museum Tongerlohuys een expositie te zien over Nederland, het koloniaal verleden en de komst van de Indische en Molukse families.

Informatie
  • Gepubliceerd:
    21 januari 2026
  • Auteur:
    Jeannine Hermans
  • Periode:
    1930 - 1939, 1940 - 1949, 1950 - 1959, 1960 - 1969
  • Trefwoorden:
    Jeugd
  • Dit verhaal speelt zich af in:
    Roosendaal
‘We moesten alles achterlaten’

Samen beleven we meer

Reacties op dit verhaal

  1. Riet van den Bemd schreef
    op 9 februari 2026

    practig

Plaats zelf een reactie
over dit verhaal