T T

Speeltuin Vrouwenhof

Publicatiedatum 27-08-2020

Weinigen weten nog dat de eerste speeltuin Vrouwenhof opgericht werd op de plek waar nu de Laan van België loopt. De oprichter en initiatiefnemer was mijn vader, de heer A. van Haperen (Janus). Vanaf 1940 had hij in de illegaliteit gezeten en bij de L.O. (Landelijke hulp voor Onderduikers). Na de oorlog had hij nog geen vaste baan.


Voor het landgoed Vrouwenhof lag al een recreatieplan van de Heide Mij gereed, ontworpen door Prof. Bijhouwer, waar een speeltuin in paste. Vanwege zijn verzetswerk kende Janus de buitengebieden van Roosendaal erg goed. Hij wist dat er in St. Willebrord een tweedehands speeltuin te koop was met Deense Hoogvaart en aap in kooi, voor 3500 gulden. De gemeenteraad was enthousiast en ging akkoord maar Gedeputeerde Staten zei "nee". In de tijd van elk dubbeltje omdraaien was 3500 gulden een kapitaal. Het moest particulier initiatief zijn.


Zoveel vermogen had Janus niet en hij moest dus gaan lenen. Janus en zijn vrouw Toos stonden garant. De kennissen van Janus uit de verzetstijd boden uitkomst.
Janus leende 5000 gulden bij Stichting 40/45. Hij was betrokken geweest bij de oprichting van de stichting in het zuiden en deed daar veel werk voor. 3000 gulden heeft Janus terugbetaald en 2000 gulden werden hem kwijtgescholden vanwege zijn verdiensten voor de stichting. De andere 5000 gulden kwamen van kapelaan Ligtenberg, een verzetsman, uit de Antonius parochie. Hij was de zoon van een schoenenfabrikant. Dit bedrag heeft Janus in 1955 helemaal terugbetaald. 


Janus kocht de speeltuin, door te onderhandelen, voor 3000 gulden. In de krant van 5 augustus 1948 lees ik “een gedurfde aanpak van de heer A. van Haperen, die de zaken grootscheeps heeft opgezet”. 0p 7 oktober 1948 komt er een Stichting “Vrouwenhof”, een soort denktank voor het overige geld.
Er kwam een hertenkamp, een openluchttheater, filmavonden, een volière, kanotochtjes op de grachten, kinderbioscoop in de schilderachtige boerderij, restaurant-bar in de villa, schaatsen op de grachten, een Rosarium met flamingovijver, een natuurhistorisch museumpje tegen de villa aan, een verlicht park met muziek, dansavonden, Japanse boogbrug, sprookjeshuisje en nog veel meer. Het ging allemaal heel snel.


Van heinde en verre kwam het publiek. Praktisch al het gezinsinkomen werd gestoken in de realisatie van het Vrouwenhof. Mijn moeder Toos vertelde over die eerste jaren: “we hadden amper een mat op de vloer, waren we maar een zaak begonnen”. Toch, aangestoken door het enthousiasme van Janus, heeft ze zich voor meer dan 100% ingezet voor het “Vrouwenhof”. Zij droeg de zorg voor het geld, kookte voor de vrijwilligers, werkte in het restaurant en deed allerlei hand- en spandiensten. Naast de zorg voor het Vrouwenhof had ze ook haar gezin met vier kinderen: Jacqueline, Wim, Frank en Rob. Haar pragmatische instelling was: “wij zijn van het Vrouwenhof en het Vrouwenhof is van ons". Janus en Toos voelden zich er verantwoordelijk voor. Onder hun handen is het geworden wat het was.

Later in 1968/1969 werd de speeltuin verplaatst vanwege de Laan van België die dwars door de speeltuin c.q. Het Vrouwenhof moest lopen naast het BSC veld schuin tegenover ons huis. Een Oostenrijkse woning. Ook het hertenkamp werd verplaatst. Gerrie Andela schreef als architectuurhistorica in haar monografie over prof. Dr. Ir. T.P. Bijhouwer, hij was plantensocioloog en tuin- en landschapsarchitect: “in later jaren zou het ontspanningsgebied Vrouwenhof op ruwe wijze worden doorkruist door een brede verkeersweg”.

Op 29 oktober 1982 is aan Janus van Haperen de ere-medaille, verbonden aan de Orde van Oranje-Nassau in goud verleend voor zijn verdiensten op cultureel en sociaal gebied als stichter en beheerder van het ontspanningscentrum Vrouwenhof. Op 8 augustus 2020 bestond de speeltuin, waar het ontspanningscentrum mee begon, 72 jaar. Wat zouden mijn ouders Janus en Toos van Haperen-Haast dat leuk gevonden hebben.

 

Reacties (1)

  • c van alphen

    Geplaatst op 18-03-2021

    Informatief. In de jaren vijftig heb ik daar regelmatig gespeeld als ik bij mijn neefjes of nichtjes op bezoek was. Ik herinner mij de speeltuin als heel groot met veel verschillende speeltoestellen o.a. de kabelbaan en de zweefmolen die door de kinderen zelf aangetrokken moest worden en goed uitkijken dat je geen stoeltje tegen je hoofd kreeg. De zweefmolen ging lekker hard, spannend. Daarnaast de draaiende ton en het ronde draaiende platform. De schommels niet te vergeten. Je was daar de hele middag wel zoet mee.
    Ook gingen we op zondagmiddag in de zomer naar het openluchttheater naar de sprookjesuitvoering kijken. Als je hoog zat kon je het heel goed overzien maar minder verstaan! Dus maar ongeveer in het midden gaan zitten. Ook het doolhof werd dan bezocht. Mooi was ook het park met de wandelpaden die ook langs het hertenkamp liepen. En het huisje van roodkapje en de wolf.
    Later heb ik daar afgesproken tijdens de lunchpauze met een lief vriendje! Dus alleen maar mooie herinneringen.
    Mijn oom Janus, een broer van mijn moeder is daar later werkzaam geweest als groenbeheerder/medewerker

Reageer op dit verhaal
Captcha code
Het DNA van Roosendaal

Het DNA van Roosendaal

Bert Mathijssen mag met recht een Bekende Roosendaler worden genoemd. In september 2013 sprak hij plaatsgenoten toe over wat volgens hem het DNA van Roosendaal is. Bert was zo goed om zijn verhaal met ons te delen via de verhalenbank. Ga er maar eens goed voor zitten en laat u door hem meenemen door de tijd.

> Lees meer
Onkuisheid biechten

Onkuisheid biechten

Met lood in zijn schoenen liep Harry naar de biechtstoel. Hij was er van overtuigd dat hij een doodzonde had begaan. Wat zou de kapelaan hiervan zeggen?

> Lees meer
Mijn wondervolle reis

Mijn wondervolle reis

Tijdens de Nationale Museumweek nam Irma Hopstaken-Oostvogels contact met ons op. Het dagboek van haar vader bevat prachtige verhalen en tekeningen. In dit verhaal beschrijft hij zijn wondervolle reis in september 1953.

> Lees meer