2009

Van Altink tot Zandvliet

10 oktober 2009 t/m 4 februari 2010
Diversiteit in de Nederlandse kunst van de twintigste eeuw
Werken uit een privé-collectie in Museum Tongerlohuys te Roosendaal


De tentoonstelling 'Van Altink tot Zandvliet. Diversiteit in de Nederlandse kunst van de twintigste eeuw' is een unieke tentoonstelling van schilderijen die nooit eerder als collectie te zien waren en door louter passie zijn bijeengebracht. Het begon in 1967 met de aankoop van één schilderij:  “Het begin van een nieuw avontuur”. Inmiddels is de collectie uitgegroeid tot een boeiend overzicht van de Nederlandse klassiek moderne kunst. In Museum Tongerlohuys kunt u vanaf 10 oktober een selectie uit deze verzameling bekijken.

De twintigste eeuw is op kunstgebied een bewogen periode geweest. Er werd afgeweken van de geëigende paden, grenzen werden verlegd en opgerekt en er ontstonden nieuwe stromingen. Binnen de collectie van het echtpaar liggen accenten op het Modernisme, het Groninger expressionisme van De Ploeg, de lyrische abstracte kunst en de generatie rond Zero.


Hoogtepunten
Het Modernisme is vertegenwoordigd met schilderijen van Leo Gestel, Lodewijk Schelfhout, Henri Le Fauconnier, Else Berg, Charley Toorop en Herman Kruyder. Het betreft in alle gevallen topstukken die regelmatig in musea te zien zijn geweest. Omdat zich binnen het Groninger expressionisme een geheel nieuwe benadering van beeld en onderwerp ontwikkelde, verzamelde het echtpaar  werken van Jan Wiegers, Jan Altink en Hendrik Nicolaas Werkman, schilderijen die tot de absolute hoogtepunten binnen hun genre gerekend kunnen worden. Grote favorieten die met meerdere werken deel uitmaken van de collectie zijn Bram van Velde en Geer van Velde.  De deelcollectie rond de Nulbeweging omvat werken van Bernard Aubertin, Walter Leblanc, Jan Schoonhoven, Ad Dekkers en Henk Peeters.


Kunst van nu
Acht jaar geleden werd de focus van de verzamelaars gericht op eigentijdse schilderkunst. Ook tot hun eigen verrassing veranderde hun verzamelgebied en persoonlijke contacten met de kunstenaars volgden. In betrekkelijk korte tijd bracht het echtpaar een interessante groep eigentijdse schilderkunst bijeen van uiteenlopende kunstenaars als Koen Vermeule, Emo Verkerk, Eric de Nie, Günther Borst, Jan Roos, Jan Snijder, J.C.J. Vanderheyden, Robert Zandvliet, Harry Wolfkamp, Piet Moget, Philip Akkerman, Marlene Dumas en Ronald Zuurmond.


Topstukken
Omdat ze exact weten wat ze willen, zijn verzamelaars vaak sneller dan musea met hun aankopen. Dat betekent dat veel topstukken in particuliere collecties terechtkomen en niet te bezichtigen zijn door het publiek. Op de tentoonstelling ‘Van Altink tot Zandvliet, diversiteit in de Nederlandse kunst van de twintigste eeuw’  kunt u niet alleen topstukken bekijken, u krijgt ook een beeld van de bijzondere collectie die twee bevlogen verzamelaars door de jaren heen bijeen hebben gebracht. Museum Tongerlohuys is er trots op de werken uit deze privé-collectie te mogen tonen.


Meer informatie
De tentoonstelling is te zien tot 14 februari 2010.  Het museum is van dinsdag tot en met zondag geopend tussen twee en vijf uur. Gesloten: eerste kerstdag en nieuwjaarsdag. Voor meer informatie kunt u ook bellen naar 0165-536916.

 

Bron: Tekst catalogus, behorend bij de tentoonstelling, auteur Han Steenbruggen


 

 

 

 

Reacties van bezoekers:
'Als ervaren en kritische kijkers/museumbezoekers hebben wij genoten van deze tentoonstelling'
'Een aangename diversiteit die het oog streelt'
'Zeer onder de indruk van alle zelfportretten en Gorki. Genoten hebben we!'
'Niet verwacht dat hier zoveel te zien zou zijn. Komen beslist terug'
'Bijzondere ontmoeting, zowel de expositie als de overige afdelingen. Complimenten ook aan de staf voor de ontvangst!' 


 
Afbeelding boven: Philip Akkerman, 1991
Afbeelding midden: Jan Altink, 1925
Afbeelding onder: Geer van Velde, 1950-1952

 

 

 

Een koning kwam voorbij, de geboorte van een stad 1809-2009

zaterdag 13 juni t/m zondag 27 september 2009

Heel Roosendaal was in rep en roer. Koning Lodewijk Napoleon zou Roosendaal aandoen tijdens zijn rondreis door Brabant en wellicht zou hij logeren in het Tongerlohuys, ‘by den heere pastor’. Kinderen moesten binnenblijven, straten werden schoongeveegd en het was verboden om voetzoekers of vuurwerk af te steken. Helaas gaf Lodewijk Napoleon in mei 1809 de voorkeur aan een overnachting in Bergen op Zoom. Wel kreeg Roosendaal na zijn bezoek stadsrechten. Museum Tongerlohuys staat vanaf zaterdag 13 juni in het teken van Lodewijk Napoleon, de stadsrechten en de ontwikkeling van Roosendaal na 1809.

Lodewijk Napoleon was het kleine broertje van keizer Napoleon. Tussen 1806 en 1810 was hij koning van Nederland. In 1809 ondernam Lodewijk Napoleon in het voorjaar een drie weken durende rondreis door Noord-Brabant. Hij reisde van Grave, via Eindhoven, ’s-Hertogenbosch, Heusden, Waalwijk, Oosterhout, Tilburg, Oosterhout, Roosendaal en Steenbergen naar Bergen op Zoom. Na dit bezoek ontvingen Tilburg, Oosterhout en Roosendaal stadsrechten. Zonder Lodewijk Napoleon was de monarchie nooit zo populair geworden. Hij maakte van een verzameling gewesten een natie en voerde de eenheid van munt in. De koning zette zich in voor de verbetering van de gezondheidszorg en het onderwijs en hield van kunst en literatuur. Op de tentoonstelling krijgt u in de Van Hasseltzaal een beeld van Lodewijk Napoleon en zijn reis door Brabant. De zaal is ingericht in Empire-stijl met prenten en meubels uit die tijd. Ook kunt u het originele Koninklijk Besluit, waarin de stadrechten aan Roosendaal worden toegekend, en andere archiefstukken uit die tijd bewonderen.

 

In 1809 telde Roosendaal nog geen vijfduizend inwoners. Een groot verschil met nu, want op het moment telt de stad zo’n 78.000 inwoners. Maar er is meer veranderd. Als een ware tijdreiziger reist u in het museum door de tijd. Met sprongen van telkens vijftig jaar stapt u door de ontwikkeling van Roosendaal. Het startpunt is 1809, het jaar waarin Roosendaal stadsrechten kreeg, en vervolgens doet u de jaren 1859, 1909, 1959 en 2009 aan. U krijgt een beeld van de sociale, religieuze en economische situatie en kunt voorwerpen uit de collectie van het museum die bij een bepaalde periode horen bekijken. Het jaar 2009 wordt ingevuld door het CKB-West-Brabant met het Project Weblog. Zes kunstenaars laten zich inspireren door het thema tweehonderd jaar stadsrechten en houden een blog bij. Deze kunt u op schermen in het museum lezen. Vanaf 18 juli worden ook de eerste kunstwerken aan de tentoonstelling toegevoegd.

In Museum Tongerlohuys is verder ruimte voor een heel bijzonder project. Twee vrijwilligers van het gemeentearchief, de heer en mevrouw Ross, deden maandenlang onderzoek naar mensen die in 1809 in Roosendaal werden gedoopt. Dit onderzoek leverde unieke resultaten op, die u op de tentoonstelling kunt bekijken. Eveneens geboren in 1809, al was het niet in Roosendaal, is burgemeester Schoonheijt. Ruim veertig jaar lang bestuurde hij Roosendaal (1851-1892) in de negentiende eeuw en daarom is een deel van de tentoonstelling aan hem gewijd. Ter gelegenheid van het bezoek van koning Lodewijk Napoleon op 1 mei 1809 aan Roosendaal kunt u deelnemen aan een kunstwedstrijd. Het thema is: Breng het bezoek van de koning zo treffend en creatief mogelijk in beeld.


De tentoonstelling kwam tot stand in samenwerking met het Gemeentearchief Roosendaal, CBK-West-Brabant, het BKC, Centrum voor de Kunsten beeldend en het provinciale initiatief Schatten van Brabant. Voor slechts € 24,50 kunt u alles lezen over de reis van Lodewijk Napoleon door Brabant en Zeeland in 1809. Journalist Hans van der Eeden schreef een leeszaam boek, voorzien van veel kleurrijke illustraties. Het boek is in het museum verkrijgbaar.

 

 

Reacties van bezoekers:
'Een mooi variabel opgezette tentoonstelling: in alle facetten kwam de koning voorbij'
'Roosendaal op zijn mooist!
'Zeer indrukwekkend. Een 'huis' om terug te komen'
'Fijn dat Roosendaal zo'n museum heeft'

 

 

Hey Hey, My My
Pere Llobera en Marijn van Kreij

1 maart tot en met 1 juni 2009

Kurt Cobain, zanger, gitarist en tektschrijver van Nirvana, laat zich gelaten over een drumstel vallen. In zijn hand houdt het boegbeeld van de grungebeweging zijn onafscheidelijke gitaar vast. Twee mannen gestoken in T-shirts bezien het tafereel dat zich voor hun ogen voltrekt. Marijn van Kreij maakte een serie tekeningen van de aan heroïne verslaafde Cobain, die in 1994 zelfmoord pleegde. In zijn afscheidsbrief haalde Cobain een zin uit het nummer My My, Hey Hey (Out Of The Blue) van Neil Young aan: "It's better to burn out than to fade away”.  Een passender titel dan Hey Hey, My My was dan ook niet te bedenken voor de tentoonstelling met werk van Pere Llobera en Marijn van Kreijn, die van 1 maart tot 1 juni in Museum Tongerlohuys te zien is.

Pere Llobera Vives (Barcelona, 1970) werd als eerste door de werkgroep Hedendaagse Kunst benaderd om te exposeren. Goed schilderen is volgens de als klassiek schilder opgeleide Llobera niet alleen een kwestie van techniek, maar van het overbrengen van gevoelens. Daarvoor valt hij terug op mensen en gebeurtenissen uit zijn naaste omgeving, die hij vermengt met zijn eigen ideeën en beelden uit de kunstgeschiedenis. Zijn gedachten en associaties gaan razendsnel en springen alle  kanten op. Zijn stijl is realistisch en soms traditioneel. Hij woont afwisselend in Barcelona en in Amsterdam.

 

Tragedie
Llobera raakte gefascineerd door Van Kreij’s tekeningen van Cobain en wilde daarom graag met hem exposeren: “Ik heb rare associaties bij die tekeningen. Ze doen me denken aan de brandwonden op de huid van de overlevenden van de atoombommen op Hiroshima. Ik heb geen idee waarom. Waarschijnlijk is het de geur van tragedie. Het toeval wil dat ik ook een groot fan ben van Neil Young. Het werk van Marijn straalt teleurstelling en ontgoocheling uit. Ik weet nog hoe grappig ik zijn werk op het eerste gezicht vond. Maar toen ik er beter naar keek en de uit hun context gerukte zinnen las, kreeg ik een vieze smaak in mijn mond. Het is net alsof je op een leuk, gezellig feestje bent en opeens weg moet.” 

Gevaarlijk
Llobera: “Mijn werk dat ik heb uitgekozen voor deze tentoonstelling sluit aan op dat van Marijn.  Te zien is bijvoorbeeld Joints And Music At Alex’s House, een schilderij over verdwenen jeugdigheid. Het schilderij heeft een paar jaar lang in een kast gelegen. De vrouw van mijn vriend, die op het schilderij is afgebeeld en aan wie ik het schonk, kon er niet tegen om hem te zien in een wereld zonder haar, een wereld met joints, muziek en vrienden. Ik houd van schilderijen vol conflicten, met moeilijkheden, die verborgen moeten blijven, die gevaarlijk zijn. Er zal ook een dubbelportret van mijn vader en mij in mijn moeders huis te zien zijn. Mijn moeder heeft het schilderij nog steeds niet gezien...” 

 

Onvoorspelbaar
Marijn van Kreij (Middelrode, 1978) leeft en werkt in Amsterdam. Zijn werk is als een dagboek te lezen, maar dan een chaotisch, emotioneel en hectisch dagboek vol dromen, liefde, muziek en sex.  Vellen papier worden gevuld met doodles (krabbeltjes die je gedachteloos neerpent tijdens een telefoongesprek of een saaie vergadering) verfspatten of songteksten, hier en daar doorgekrast of in spiegelbeeld geschreven. En dan komt er een serie tekeningen zoals die van Kurt Cobain, realistisch en telkens weer een fractie verschillend. Anarchistisch en onvoorspelbaar, zo zou je zijn tekeningen, foto’s en collages kunnen typeren. Van Kreij won in 2006 de W.F.C. Uriôt Prize, een prijs die wordt uitgereikt aan kunstenaars verbonden aan de Rijksakademie in Amsterdam. Naast zijn serie tekeningen van Corbain en een werk op glas is er een videowerk te zien, waarin de kunstenaar inspeelt op de betekenis van Neil Young's Hey Hey, My My. 

Gevaarlijk en onvoorspelbaar is ook de tentoonstelling. Llobera: “Eerlijk gezegd heb ik geen flauw idee wat de tentoonstelling gaat worden. Ik ben niet rationeel genoeg om alles onder controle te hebben. Maar dat is misschien juist wel goed.”

Voor meer informatie over de kunstenaars: de site van Pere Llobera en de site van Marijn van Kreij

 

Reacties van bezoekers:
"Het was de moeite waard."
"Hey Hey, My My. Ik waar  d'r baij, waor waor de gaaij?"
"Hartverwarmend."
"Change! Hier al optimaal geraliseerd."

 

 

 

TONG III: Brussels Calling

van zaterdag 8 november 2008 tot en met 8 februari 2009

Hedendaagse kunst in een historische omgeving. Dat is het verrassingselement van de TONG-tentoonstellingen:TONG I in 2001, TONG II in 2004 en nu TONG III, van 8 november 2008 tot en met 8 februari 2009 te zien in Museum Tongerlohuys.

Voor TONG III - BRUSSELS CALLING treedt Berend Hoekstra op als gastcurator. Hoekstra was een van de initiatiefnemers van het allereerste TONG-project. Hij heeft negen kunstenaars uit zijn Brusselse omgeving weten te interesseren voor een eigenzinnige tentoonstelling in het Tongerlohuys. Roosendaal gaat internationaal! Zoals Gertrude Stein haar kunstenaars twee straten verder vond, zo is Hoekstra in zijn keuze ook dicht bij huis gebleven. Het is hem gelukt om met een bijzonder gevoel voor historiciteit en met oog voor bijzondere verbanden zowel bekende als verborgen schatten uit het oeuvre van de kunstenaars te lichten. De geselecteerde werken versterken elkaar en gaan een prikkelende relatie met de omgeving aan.

Hoekstra’s keuze is eigenzinnig, willekeurig en persoonlijk, volstrekt niet volledig of thematisch, maar kwaliteit is wel steeds zijn leidraad geweest. Visuele en inhoudelijke connecties (zowel historisch als geografisch) zetten de toon. De deelnemende kunstenaars hebben gemeen dat ze in Brussel wonen en werken, of gewoond en gewerkt hebben. Brussel wordt momenteel bevolkt door internationale kunstenaars die naam hebben gemaakt in hun land van herkomst. TONG III wordt een tentoonstelling die door het internationale karakter (Belgisch, Nederlandstalig en Franstalig/Zwitsers/Amerikaans/ Russisch/Chinees/Nederlands) een interculturele gedachtewisseling tot stand brengt.

De deelnemende kunstenaars zijn: Alice Evermore, Anne Kellens, Joke Hallin, Olga Marie Polunin, Albrecht Schnider, Christian Denzler, Berend Hoekstra, Elly Strik, Georges Meurant en Paul Casaer. Op zijn queeste ontdekte Hoekstra enkele bijzondere schatten, zoals de aquarelschetsen van Vladimir Polunin (de grootvader van Olga Marie Polunin) voor Les Ballets Russes van Diaghilev, en nog maar zelden getoonde houtsneden van Edgard Tytgat, uit de erfenis van Anne Kellens. Deze worden als tentoonstelling in de tentoonstelling getoond. Verder is het gelukt om vijftien etsen van James Ensor (uit de collectie Behaegel, Belgie), een van de inspiratoren van Elly Strik, bij de expositie te betrekken. Ook heeft Museum Tongerlohuys het beeld ‘Man beweent zijn dode hinde’ en vijf tekeningen van George Minne van het Museum voor Schone Kunsten te Gent in bruikleen kunnen krijgen.

In het eindresultaat vallen de onverwachte combinaties op. Naast religie staat abstractie en naast de verleiding van het Oosten de geometrie en de speelsheid van het Westen. Even gaat de wereld er anders uitzien, duizelingwekkend en dynamisch tegelijk.

Bij de tentoonstelling is voor slechts € 14,95 een uitgebreide catalogus verkrijgbaar.

 

Reacties van bezoekers:
"Het was schitterend! Hoe geweldig mooi de ruimten omgetoverd kunnen worden."
"Verwondering, bewondering." 
"Ik heb genoten van deze prachtige tentoonstelling. Heel bijzonder."
"Zo'n gewone woensdagmiddag. Woorden in beeld: kijken, genieten, verwonderen, bewonderen. Alles op zo'n gewone middag."
"Brussels Calling is een eye-opener."

Tongerlohuys
Kerkstraat 1
4701 HT Roosendaal
T 0165-555 555
E info@tongerlohuys.nl
Facebook Youtube Twitter Pinterest

Deze pagina

Lettergrootte