Twee schilderijen

Na de publicatie van een artikel over kleine musea in NRC Handelsblad nam de heer Jan Hendriks contact op met Museum Tongerlohuys. Hij was in het bezit van twee schilderijen, portretten van Bernard Verbraak en zijn vrouw Petronella Huijbregts, destijds woonachtig in Roosendaal. De schilderijen waren vervaardigd door zijn oom Marinus, een broer van zijn oma. Oom Marinus schilderde zijn ouders, de afgebeelde personen zijn dus de voorouders van de heer Hendriks. Het museum heeft de schilderijen in de collectie opgenomen.

 

Opvallend is dat Petronella een typisch West-Brabantse muts draagt. De heer Hendriks (familie van de afgebeelde personen) heeft nog aanvullende informatie gevonden. Zo draagt Petronella op het schilderij een medaillon. Dit medaillon is nog in de familie Hendriks.

 

 

Op de achterkant van een schilderij zat nog een plakkertje, met daarop het adres waarop D. Verbraak destijds woonachtig was: de Badhuisstraat in Roosendaal. Blijkbaar waren de schilderijen (voor een tentoonstelling?) uitgeleend aan een adres in Den Haag.

 

In het dagboek van zijn moeder Abeltje Hendriks Crone vond de heer Hendriks het volgende fragment.

(Abeltje Hendriks was de dochter van Jan Crone en Antonia Sep. Antonia was de dochter van Petronella Huibregts en Johannes Sep. Bernard Verbraak is de tweede man van Petronella, die is hertrouwd nadat Johannes op 36- jarige leeftijd overleed.)

Voordat ik naar school ging, kreeg ik kinkhoest in erge mate. Toen ik over het ergste heen was, raadde de huisarts mijn moeder aan om met mij naar een andere streek te gaan. Dat gebeurde, tot grote verontwaardiging van enkele kennissen. Die vonden het meer dan erg, dat moeder met een zodanig doodziek kind op reis durfde te gaan. We gingen naar Roosendaal in Brabant, waar de ouders van moeder woonden. Nou die verandering van lucht deed me goed, want ik begon dadelijk meer te eten. Wie zou dat lekkere brood niet lusten. Na een tijd was ik weer beter en ging het huiswaarts, waar vader me met open armen ontving.

Nog iets over mijn grootouders. Opoe, zoals we haar noemden, was gekleed in de Brabantse dracht. Als ze 's zondags naar de kerk ging, stond ik haar vol bewondering aan te kijken. Ze had een prachtige, wit kanten muts op, een poffer noemden ze dat. Dan een donker groen jak met rok waarover, als mantel een Brabantse doek. Daarbij droeg ze mooie gouden oorbellen en kettingen met medaillon. Een mooi geheel. Mijn zus Nelly en ik kregen later allebei een oorbel waar we een hangertje van lieten maken. Ook het medaillon kreeg ik.

In de kamer bij Opoe stond boven op een kast een grote blikken trommel. Als wij kinderen bij haar op bezoek waren, kwamen er altijd lekkere dingen uit: suikerpoppetjes, koek, enz. Die blikken trommel heeft al veel dienst gedaan. Voor mijn grootvader had ik veel ontzag. Hij las veel, ook over vroegere oorlogen. Als ik dan bij hem was, vroeg hij me, weet je dit, of wat is dat? Nou, Abeltje moest dan met het schaamrood op haar kaken bekennen, dat ze er niets van wist. Daarna werden ze al snel wit van angst voor nieuwe raadsels die mijn oude wijze opa me zou opgeven. Bij hun huis was een grote tuin, waarin een mispelboom en ook enkele morrellen.

Terug naar mijn grootvader. Hij had aan de weg heel mooie rozen staan. De fabrieksmeisjes, die er langs kwamen, vroegen dikwijls aan hem "Norris, (mijn opa heette Bernardus, maar op z'n Brabants was het Norris) hedde nog een roske?" Waarop hij antwoordde: "Och, gij zijt zelf roske genog!" Hij had prachtige rozen en hij entte ze zelf.
Omstreeks november, geloof ik, moest moeder altijd naar hen toe en kwam ze terug met worstebroodjes, die oma tegen die tijd bestelde. Dat was traditie. Nou wij kinderen wisten er wel weg mee, 't was een hele traktatie.
Grootmoeder had een beroerte gehad toen ze oud was en bleef half verlamd, de stakker, maar ze was toch altijd goed gemutst.. Mijn moeder kreeg wel dikwijls bericht hoe het met haar ging. Het ging door middel van de Roosendaalse krant die opa stuurde. Op de binnenkant van de omslag (adres) schreef hij altijd hoe de toestand was. Ontduiking van de posttarieven, dus.


Op een dag belde een handelaar in antiek aan en vroeg of opa nog oud spul op te ruimen had. Ja, zei hij, ga maar mee. Ze gingen naar de kamer waar opoe zat en opa zei tegen de opkoper, kijk antiek en hij wees op opoe. Opkoper nijdig weg, maar de oudjes hebben er hartelijk om gelachen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Tongerlohuys
Kerkstraat 1
4701 HT Roosendaal
T 0165-555 555
E info@tongerlohuys.nl
Facebook Youtube Twitter Pinterest

Deze pagina

Lettergrootte